‘Waarom lukt het hem wel om uren geconcentreerd bezig te zijn met het plannen van de vakantie, maar kan hij niet gewoon een uurtje zijn huiswerk maken?’ Dat verzuchtte een ouder laatst over haar zoon van 16 jaar met ADHD. Veel mensen denken dat ADHD gewoon betekent dat iemand heel druk is. Met een beetje geluk beseffen mensen dat iemand met ADHD dus ook problemen heeft om zich te concentreren. Maar hoe is het dan in hemelsnaam mogelijk dat die zoon zich wel kan concentreren op het een, en niet op het ander? Is het dan toch niet gewoon interesse en luiheid? Het antwoord op die vraag is: nee, dat is het niet. Het is geen luiheid. ADHD gaat verder dan wel of niet kunnen concentreren. Anders was het geen eigen diagnose geweest. Het ligt allemaal iets complexer en er zijn ook nog verschillende vormen en verschillen tussen jongens en meisjes. Logisch dus dat je als ouder, leerkracht of docent soms even niet zo goed weet hoe je iets moet plaatsen of ermee om moet gaan. In deze blog geven we je graag wat uitleg en enkele tips!

Drie verschijningsvormen van ADHD

adhd meisje

ADHD (Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder) is een neuro-ontwikkelingsstoornis die wordt gekenmerkt door onoplettendheid, aandachttekort, hyperactiviteit en impulsiviteit. Er worden drie typen ADHD onderscheiden:

  1. Overwegend hyperactief type
    Deze kinderen zijn impulsief en druk door hun verminderde inhibitievermogen (American Psychiatric Association, 2013; Eenhoorn, 2012). In de klas kunnen ze vaak niet stilzitten en hebben ze de neiging rond te lopen, te friemelen aan kleren en/of spullen en op hun plek te wiebelen (Eenhoorn, 2012; Horeweg, 2021). Ze vinden het lastig om op hun beurt te wachten en praten snel door anderen heen. Dit type ADHD komt vaker bij jongens dan bij meisjes voor en wordt vaak al op jonge leeftijd vastgesteld (American Psychiatric Association, 2013; Horeweg, 2021).
  2. Overwegend onoplettend typeDeze kinderen raken snel afgeleid door externe prikkels of raken overprikkeld, waardoor ze zichzelf van de omgeving afsluiten (American Psychiatric Association, 2013). Deze kinderen komen juist dromerig of afwezig over (Horeweg, 2013). Dit type ADHD komt voornamelijk bij meisjes voor en wordt vaak pas op de middelbare school herkent (American Psychiatric Association, 2013; Horeweg, 2021).
  3. Een combinatie van een hyperactief en onoplettend type (American Psychiatric Association, 2013).Bij deze kinderen heb je dus een combinatie van alle verschillende problemen die we hierboven hebben besproken.

Om het nog gemakkelijker te maken voor ouders, want op den duur denk je, nu heb ik het door, nu weet ik hoe dat zit voor mijn dochter… Tijdens de adolescentie veranderen de symptomen van ADHD. De impulsiviteit en hyperactiviteit, zoals vaker te zien is bij jonge kinderen (en die zorgt voor een vroege diagnose) neemt af, terwijl onoplettendheid en problemen met organisatie en plannen stabiel blijven (Horeweg, 2021).

ADHD in de klas, wat zie je?

Door tekortkomingen in aandacht en minder ontwikkelde executieve functies hebben leerlingen met ADHD meer moeite met het langdurig luisteren naar een uitleg (Horeweg, 2021). Ze vinden plannen en leren op school lastig, waardoor prestaties vaak lager uitvallen. Echter kunnen leerlingen met ADHD wel geconcentreerd met een opdracht bezig zijn als ze iets interessant vinden. Dit wordt ook wel de hyperfocus genoemd (Ashinoff & Abu-Akel, 2021). Dit geeft meteen die verwarring en levert soms ook onbegrip voor kinderen.

Uit onderzoek blijken verschillende gedragsinterventies op school effectief te zijn voor leerlingen met ADHD (Anhalt et al., 1998; DuPaul et al., 2011). Hieronder enkele belangrijke tips:

  • Sturing om de aandacht erbij te kunnen houden tijdens uitleg. Direct aanspreken en het actief monitoren van het werk van de leerlingen kan hierbij helpen.
  • Gedragssturing, het klinkt misschien wat vervelend als woord, maar impulsieve leerlingen hebben er behoefte aan dat klassenregels en verwachtingen worden uitgelegd. Dit kan leerlingen helpen om zich hier ook aan te houden (DuPaul et al., 2011).
  • Positieve bekrachtiging en beloningen (Anhalt et al., 1998; Horeweg, 2021). Wanneer leerlingen erkenning krijgen en geprezen worden voor goed gedrag, stimuleert dit hen om zich positief te gedragen (Anhalt et al., 1998). Beloningen voor het afronden van taken kan hun motivatie verhogen (Anhalt et al., 1998; Horeweg, 2012).
  • Duidelijkheid en structuur, omdat ze het zelf lastig vinden om overzicht te bewaren (Horeweg, 2011).
  • Het samen oefenen van strategieën die het zelfregulerend leren van leerlingen ondersteunen, zoals het maken van een planning of een taakoverzicht (DuPaul et al., 2011; Horeweg, 2011).
  • ADHD is een neuro-ontwikkelingsstoornis. Het houdt in dat bepaalde zaken in de hersenen net iets anders gaan dan bij een ‘normaal’ ontwikkelend brein. De symptomen die leiden tot de diagnose ADHD hebben natuurlijk ook een keerzijde. Ze leveren een ander perspectief op en geven een kind of jongere ook weer een set krachten die je niet zomaar in andere leerlingen tegenkomt. Probeer die sterke kanten van een leerling te zien en te waarderen. Realiseer je dat een impulsief kind al veel negatieve aandacht krijgt en dat dit een hele waardevolle en krachtige invloed kan hebben op de ontwikkeling en het welbevinden van de leerling.
ADHD superpowers

Djeenius onderzoekt

Momenteel is djeenius bezig met een onderzoek naar de ervaring van leerkrachten uit het PO en docenten uit het VO in het lesgeven aan leerlingen met sociale – gedrags-, emotionele problemen en ontwikkelingsstoornissen. Vind je het interessant om ons meer inzicht te geven in jouw kennis en ervaringen? Klik dan op deze link om de vragenlijst in te vullen. Deel hem ook gerust in je netwerk! De resultaten uit de vragenlijst zullen gebruikt worden als basis voor verdiepende interviews. Hiermee gaan we vervolgens aan de slag om de juiste tools op de juiste plek te krijgen.

Bronvermeldingen

American Psychiatric Association. (2013). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed.). https://doi.org/10.1176/appi.books.9780890425596

Anhalt, K., McNeil, C. B., & Bahl, A. B. (1998). The ADHD Classroom Kit: A whole‐classroom approach for managing disruptive behavior. Psychology in the Schools, 35(1), 67-79.

Ashinoff, B. K., & Abu-Akel, A. (2021). Hyperfocus: The forgotten frontier of attention. Psychological Research, 85(1), 1-19.

DuPaul, G. J., Weyandt, L. L., & Janusis, G. M. (2011). ADHD in the classroom: Effective intervention strategies. Theory into practice, 50(1), 35-42.

Eenhoorn, A. (2012). ADHD bij kinderen. Kinderpsychologie in de praktijk. (1ste editie). Lannoo Campus.

Horeweg, A. (2021). ADHD in de klas. Praktische gids voor leraren (1ste editie). Lannoo Campus.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Voornaam
Achternaam